Terug naar Teksten
Didactiek
① Voorkennis activeren BO1_03.06 – situeren in tijd & ruimte
Context De hond en zijn spiegelbeeld Een hond ziet in het water zijn eigen spiegelbeeld, maar interpreteert dat als een andere buit. Zijn hebzucht maakt dat hij verliest wat hij al had.
④ Dual coding BO1_03.06 – situeren in tijd & ruimte
Extra's
Historische kaart

Kaart wordt hier getoond

⑤ Actieve verwerking ⑦ Scaffolding BO1_03.05 – tekst begrijpen via lectuurmethode BO1_03.04 – lectuurstrategieën
Onthulling per woordgroep 0 / 0
③ Voorbeelden & modelling ⑤ Actieve verwerking BO1_03.05 – tekst begrijpen via lectuurmethode BO1_03.03 – morfologie & syntaxis
Canis per flumen carnem tulit.
Natans in speculo aquae vidit simulacrum suum.
Aliam praedam esse putavit et eripere voluit,
sed avaritia eum decepit.
Canis cibum dimisit, quem ore tenebat nec praedam tangere poterat, quam petebat.
1Canis per flumen carnem tulit.
2Natans in speculo aquae vidit simulacrum suum.
3Aliam praedam esse putavit et eripere voluit, sed avaritia eum decepit.
4Canis cibum dimisit, quem ore tenebat nec praedam tangere poterat, quam petebat.
⑦ Scaffolding ⑪ Feedback die denken aanzet BO1_03.03 – morfologie & syntaxis
Grammaticale noten
1Natans: PPA; de hond ziet het spiegelbeeld terwijl hij zwemt.
2Aliam praedam esse putavit: ACI na putavit.
3quem en quam: twee betrekkelijke voornaamwoorden, elk verwijzend naar een ander woord.
4avaritia eum decepit: de abstracte eigenschap “hebzucht” wordt handelend voorgesteld.
① Voorkennis activeren ⑧ Gespreide oefening BO1_03.01 – basiswoordenschat BO1_03.02 – woordenschatstrategieën
Ludus 3A · Tekst 2

Woordenlijst

Woorden op volgorde van voorkomen. basis = basiswoordenschat.
Lectuuranalyse
Leesvraag naast de tekst
Hier staat alleen de actuele leesvraag. Bij een gekoppelde woordgroep of passage springt dit paneel automatisch naar de juiste vraag.
Klik op een woord voor grammaticahulp. De hulp verschijnt hier wanneer je dit tabblad opent.

Vertaling

Let op

1Natans: PPA; de hond ziet het spiegelbeeld terwijl hij zwemt.
2Aliam praedam esse putavit: ACI na putavit.
3quem en quam: twee betrekkelijke voornaamwoorden, elk verwijzend naar een ander woord.
4avaritia eum decepit: de abstracte eigenschap “hebzucht” wordt handelend voorgesteld.
Lectuuranalyse — Fabel 2
1 / 3